Escapes en verwanten - Tekstversie van de lezing op de DBA-dag 2010
Escapes en verwanten
Wim Wiegant en Max Berlijn
Tekstversie van de lezing op de DBA-dag, Lunteren, 21 maart 2010.
Veel van de feitelijk informatie in dit enigszins persoonlijk getinte overzicht is weinig feitelijk en deels gebaseerd op ‘hearsay’. Er is ook geen moeite gedaan om een (pseudo)wetenschappelijke standaard na te streven.
Inleiding
In Nederland zijn ongeveer 500 soorten vogels vastgesteld. Dat wil zeggen, 500 soorten waarvan geacht of gedacht wordt dat ze in wilde staat Nederland hebben bereikt. Maar wat is “wild” ?
Er zijn natuurlijk soorten waarvan er geen twijfel bestaat dat het voorkomen in Nederland altijd –althans de laatste 500 jaar– rechtstreeks het gevolg is en is geweest van de natuurlijke gedragingen van de soort. Enig ingrijpen van de mens in de aantallen van de soort zelf, of in het leefgebied van de soort, staat bij deze soorten los van het voorkomen van de soort. Er zijn alleen opmerkelijk veel soorten waarvoor dat niét geldt.
Hier nemen we de Nederlandse avifaunistische lijst door, met speciale aandacht voor de vogelsoorten waarvan men zich kan afvragen in hoeverre alle of de meeste gevallen wel betrekking hebben op wilde vogels, die niet zijn geholpen in enige zin door menselijk ingrijpen. In de nu volgende opsommingen worden de soorten die niet op de Nederlandse lijst staan cursief aangegeven, en niet genummerd. De soorten die wel op de Nederlandse lijst staan worden wel genummerd. .
Meer informatie staat in de volgende sub hoofdstukken:
- Uitgezette soorten
Op vele plaatsen in de wereld zijn, soms opzettelijk en soms niet-opzettelijik, soorten uitgezet die op de plek van uitzetten zich kunnen handhaven en die zich soms aardig kunnen vermeerderen. Deze soorten kunnen uitgezet zijn in Nederland, maar ook in andere landen.
-> Lees Meer.... - Recent uitgezette, niet-inheemse soorten
Sinds de laatste jaren is er een beperkt aantal ‘nieuwe’ soorten die het redelijk tot goed doen.
-> Lees Meer.... - Uitgezette, inheemse soorten
Een aantal soorten is in Nederland uitgezet, maar is hier wel (ooit) inheems geweest, of is dat nog steeds.
-> Lees Meer.... - Zelf-uitgezette soort
-> Lees Meer.... - Elders uitgezette inheemse soorten
Een aantal soorten zijn niet of nauwelijks inheems in Nederland maar zijn elders, waar ze wel inheems zijn, uitgezet, en komen daarom in Nederland voor.
-> Lees Meer.... - Elders uitgezette niet-inheemse soorten
Een aantal soorten zijn uitgezet in andere landen dan Nederland, en zijn daar niet inheems. Hun voorkomen in Nederland is grotendeels toe te schrijven aan het uitzetten van de soort in het buitenland
->Lees Meer.... - Overige Escapes en verwanten -
> Lees Meer....
Naar een nieuwe wijze van het beoordelen van de kans op wilde herkomst van zeldzame soorten
Op dit moment wordt een exemplaar van een (zeldzame) vogelsoort als niet-ontsnapt beschouwd wanneer:
- de soort hier wild kán komen;
- de soort geen tekenen van gevangenschap vertoont.
Hier zouden de volgende zaken mee kunnen worden gewogen:
1. Het verblijf van de vogel moet in overeenstemming zijn met het gedrag van de soort.
Zie het uitzonderlijk lange verblijf van eerste Bronskopeend en eerste Grote Tafeleend in Nederland.
2. Het gedrag van de soort moet niet al teveel afwijken van het gedrag dat de soort in het wild vertoont
Zie buitengewoon afwijkend gedrag van Stellers Eider in 1996.
3. Er mogen geen omstandigheden zijn die als een duidelijke aanwijzing voor een niet-wilde herkomst kunnen worden opgevat.
Als omstandigheden die als een aanwijzing voor niet-wilde herkomst kunnen zijn, kunnen worden genoemd:
- waarnemingen in een tijd die ver buiten de trektijd valt, van soorten die alleen in de trektijd zijn te verwachten (zie bovengenoemde gevallen van Bruinkopgors en Zwartkopgors)
- weinig aannemelijke samenloop van omstandigheden rond het geval, zoals
- gelijktijdige aanwezigheid van twee soorten pelikaan op één lokatie;
- aanwezigheid van Kleine Topper met tweede, enigszins afwijkende individu plus een hybride Kuif- x Ringsnaveleend;
4. De dichtheid aan gevallen dient in overeenstemming te zijn met ontwikkelingen in overige landen in West-Europa.
Het ontbreken van oude gevallen van sommige soorten (Roze pelikaan, Jufferkraan) kan als een sterk argument tegen wilde herkomst van huidige gevallen worden opgevat.
5. Voor soorten die zijn opgenomen in programma’s voor hertintroductie, dient de hertintroductie –en het afwijkende gedrag dat daarmee gepaard kan gaan– nadrukkelijk bij de beoordeling van wildheid te worden betrokken. Een al te grote trendbreuk met het verleden kan als een argument tegen wilde herkomst worden opgevat. .
Zie bijvoorbeeld de ‘wilde’ en niet-wilde gevallen van de Lammergier gedurende de laatste jaren.
De Enquête
Met dank aan Harvey van Diek voor het maken van de foto’s
Tijdens de laatste DBA dag, in maart 2010, is het publiek bij deze presentatie in een aantal meer of minder precaire zaken om haar mening gevraagd. hoewel natuurlijk geenszins representatief –voor wat dan ook– geven de uitslagen enig inzicht in wat men zoals van verschillende ontsnapte en uitgezette soorten vindt.
Jammer genoeg is het niet goed mogelijk geweest de antwoorden op alle vragen te verwerken. Het idee om de zaal te fotograferen bij het aangeven van de mening bleek technisch te moeikijk: niet alle stemmen konden geteld worden. Daarom is alleen –voor zover dat mogelijk was– van het zichtbare gedeelte van de zaal een telling gemaakt. Voor een niet-representatieve enquête maakt dit natuurlijk nauwelijks uit!
Dwerggans
Er worden nog nauwelijks wilde Dwergganzen gezien in Nederland. De meeste behoren tot de in Zweden uitgezette populatie, waarvan werd beweerd dat deze mogelijk niet raszuiver zouden zijn. Dit werd echter ter plekke door Peter de Knijff effectief tot het rijk der fabelen verwezen...! Niettemin zou je verwachten dat ‘wilde’ Dwergganzen, net als vroeger, bijna uitsluitend als eenling in groepen Kolganzen horen te worden waargenomen. Geringde vogels of vogels in groepen zou je eigenlijk niet mogen tellen. Slechts 6% van de geënquêteerden is het met deze stelling eens.
Oehoe
Ook van een volledig uitgezette soort als Oehoe wordt gevonden dat deze gewoon op de Nederlandse lijst hoort. Maar 17% van der stemmers is het eens met de stelling dat de Oehoe ten onrechte op de Nederlandse lijst staat.
Raaf
De Raaf is in Nederland omtrent 1928 uitgestorven en daarna uitgezet. Niemand in Nederland heeft dus (bewust) een wilde Raaf gezien! De Raaf zou je dus eigenlijk niet mogen tellen. Zeer verassend was dat het overgrote merendeel van de geënquêteerden het eens is met deze stelling! Met de uitslag van de vorige vragen in het achterhoofd, is het denkbaar dat de vraag niet goed begrepen is geweest en dat het tegenovergestelde werd bedoeld, namelijk dat de Raaf juist wél geteld mocht worden. Dat zou meer in lijn zijn met de antwoorden op de vorige twee vragen!
Huiskraai
Op de vraag of de Huiskraai als wild moet worden opgevat, was verassend genoeg de mening van het overgrote deel van de zaal negatief! Slechts 35% van de getelde stemming bleek vóór het opvatten van de Huiskraai als een wilde soort op de Nederlandse lijst.
Ross' Gans
De Ross’ Gans is een populaire soort in collecties. Hoewel de soort in de tekst niet wordt besproken kan de soort als een van de meer discutabele soorten op de Nederlandse lijst worden opgevat. Op de stelling dat de Ross’ Gans mogelijk wild is en niet altijd als escape dient te worden gezien, werd door 66% van de stemmers positief gereageerd.
Evenredige verspreiding in de tijd
De gevallen van de Marmereend in West-Europa zijn bijna evenredig over het jaar verdeeld; zie figuur 1, bij de bespreking van de Marmereend. Een dergelijk verspreiding in de tijd mag merkwaardig heten ! Niettemin is slechts 23 % van de geënquêteerden dat dat een bijna evenredige verspreiding in de tijd een argument tegen wildheid is.
Siberische Taling
Voor vogels die veel worden gehouden, zou de bewijslast strenger mogen zijn. Zo zou van een Siberische Taling, die veel in kooien wordt gehouden, geëist kunnen worden dat aan de isotoopsamenstelling van het verenkleed of een deel daarvan, duidelijk is dat de soort wild is. Slechts 21% van de geënquêteerden is het met deze radicale stelling eens.
Een interessante vraag naar of waarnemers vooringenomen zijn ten opzichte van de status van een soort al naar gelang ze de soort zelf wel of niet gezien hebben werd aan de hand van deze soort ook aan de orde gesteld. Van degenen die vonden dat de vogel niét wild was had slechts 10% de vogel gezien, terwijl van degenen die de vogel wél wild vonden, 58% hem ook gezien had. Aan de andere kant is de uitslag toch niet zo heel verrassend: als je vindt dat de vogel niet wild is, is de kans dat je niet gaat kijken natuurlijk groter.
Pelikanen
Van een heleboel grote soorten is ‘de laatste tijd’ het aantal gevallen sterk toegenomen. Dat geldt voor de vier in Europa broedende gieren, voor een aantal arenden, maar ook bijvoorbeeld voor pelikanen. Nu zijn pelikanen van nature net bijzonder schuw. Dat roept de vraag of hoe het komt dat er geen ‘oude gevallen’, van late we zeggen vóór 1950 van pelikanen in Nederland en de rest van West-Europa zijn. Toen waren beide soorten in veel grotere aantallen in Europa aanwezig. Op de stelling met betrekking tot beide soorten pelikanen dat “Het ontbreken van oude gevallen pleit tegen de wildheid van de recente gevallen” wordt opmerkelijk negatief gereageerd: slechts 25% van de stemmers is het eens met deze stelling. Dat geeft ernstig te denken over de objectiviteit van de stemmers!
Referenties
van den Berg A B & C Bosman 1999. Zeldzame vogels van Nederland - Rare Birds in The Netherlands GMB uitgeverij, Haarlem, 1999
Cottridge D & K Vinicombe - Rare Birds in Britain and Ireland - A photopgraphic record, Collins, 1996
Glutz von Blotzheim & Bauer 1980. Die Vögel Mitteleuropas
- enquete ( 8 Artikelen )






