Kees Klaver, Arnoud vd Berg, Edward van IJzendoorn en Hans ter Haar waren op 2 en 3 juni wederom op Vlieland. In de avond van 2 juni konden zij de zang van de vogel langdurig op de band opnemen. Het "chiddy-ock" bleek daarbij nu regelmatig met tussenpozen van enkele minuten te horen, meestal twee keer achtereen in een strofe en in de daarop volgende strofe nogmaals . Volgens Orr (I .C .) is dit een "completely diagnostic feature of the Thrush Nightingale's song" . De zang leek nu bovendien krachtiger dan in de middag en Zanglijster Turdus philomelos-achtig.
De rest van het verhaal is te lezen in de eerste uitgave van Dutchbirding. Naam van het artikel is
OPNIEUW NOORDSE NACHTEGAAL Luscinia luscinia OP VLIELAND
AGAIN ' THRUSH NIGHTINGALE Luscinia luscinia ON VLIELAND
In het artikel wordt ook gesproken over het gerucht dat er in 1977 een Nachtegaal op de zelfde plaats aanwezig was op Vlieland als waar de volgende twee jaren de Noordse Nachtegaal kwam.
Het zou interessant zijn als hier iets over bekend zou worden omdat het gegevens zou kunnen opleveren over de biotoopkeuze van de Nachtegaal . Er zou echter ook kunnen blijken dat er al een Noordse Nachtegaal aanwezig was in 1977, het jaar waarin deze soort langs de Diemerzeedijk werd gevonden . De moeilijkheden met de identificatie van de vogel van Vlieland 1979 en het tamelijk grote verschil in zang van die van de Diemerzeedijk 1977 maken een dergelijke gedachte reëel .
Reacties op dit artikel of informatie over de "nachegaal" uit 1977 ben ik tot op heden nog niet tegen gekomen.







