Waarde medegenoten,
Het was op 21 augustus j.l. dat ik nietsvermoedend naar een in het riet van de Kroonpolders op Vlieland opgesteld mistnet liep. Er hingen een drietal vreemde vogeltjes in. Bij het uithalen had ik eigenlijk nog niets in de gaten. Ik dacht even aan kleine jonge bosrietzangers. Opvallend waren de bleek-roseachtige pootjes, eigenlijk niet de wat gelige bosrietzanger kleur,maar meer die van de sprinkhaanzanger. Maar al gauw kreeg ik de markant getekende kopjes met de opvallende, lange crème wenkbrauwstreep in de gaten. Snel checkte ik de handpennen, iets wat ik eigenlik altijd doe bij karekiet/rietzangerachtigen. Altijd had alleen de 3e (of 8e) handpen een versmalde buitenvlag. Nu niet. Eindelijk eens niet. Behalve de 3e (of 8e) had ook de 4e (of 7e) een duidelijke versmalling, terwijl ook de 5e (of 6e) een minder uitgesproken versmalde buitenvlag had. Het begon me te dagen. Een struik-of veldrietzanger.
De eerste vogel was een duidelijke 1kj met een gaaf verenkleed, duidelijke tongvlekken en een ongeveer voor een derde verbeende schedel.
De tweede echter had een vaal, gesleten verenpak, geen tongvlekken en eenduidelijke broedvlek, die nog geen stoppels vertoonde, een 6 volgens de bij CES gehanteerde classificatie. Ook de cloaca wees op een adulte vrouw.
De derde was weer een 1kj, vrijwel gelijk aan de eerste. De vleugelmaat van alle lag tussen 58 en 58,5 mm.
Verder viel op, dat de vogels in de hand klein aanvoelden, duidelijk kleiner dan b.v. een kleine karekiet. Nog iets opvallends vond ik de 3 lange zwarte gebogen snorharen.
Een adulte vrouw met broedvlek en 2 jongen gelijktijdig in een 7 meter net. Dat moest duiden op een broedgeval.
Gelukkig was Stef Waasdorp in de buurt, die me assisteerde bij de determinatie. Dank. Zijn vriendin hanteerde de camera. Ook dank.
Na wat twijfelen en redeneren was de uiteindelijke conclusie eensluidend: veldrietzangers.
Als klap op de bekende vuurpijl ving ik precies 1 week later op ongeveer 100 meter van de eerste vangplek nog een jong, vrijwel gelijk aan de twee andere. Alleen waren de staartpennen nogal gesleten. Nu verleende Carl
Zuhorn assistentie en hanteerde de camera. Nogmaals: dank.
Zou de voorlopige voorzichtige conclusie mogen luiden: het eersteNederlandse broedgeval van de veldrietzanger?
Ik had graag nog een adulte man gevangen, maar dat is helaas niet gelukt. Toch was er m.i. bij de jongen geen spoor te bekennen van hybridisatie met bosrietzanger of kleine karekiet.
Natuurlijk heb ik nog veel meer biometrie opgenomen, maar dat laat ik hier verder even achterwege.
Als ik het fotomateriaal wat gesorteerd heb, komen er wel ergens plaatjes beschikbaar. Helaas was er bij opnamen van de eerste vogels slecht licht:zwaar bewolkt en tegen de schemering.
Ton van Ree
Dit bericht werd op 4 september via het ringersnet verstuurd en met toestemming van Ton van Ree hier geplaatst.
Foto's zijn met toestemming van de website van Vogelringstation NEBULARIA gehaald.







