Ontdekking eerste Turkestaan klauwier van Nederland

In het jaar 2000 werk ik bij het NIOO in Yerseke (Nederlands Instituut voor Ecologie, onderdeel van de Nederlandse Akademie van Wetenschappen, www.nioo.nl. Hier werk ik nu nog steeds, echter nu in Wageningen). Ik woon in die tijd midden in Middelburg en heb veel contact met de Zeeuwse vogelaars. Daarom ga ik, eind september 2000 met een aantal Zeeuwse vogelaars naar de Dutch Birding week op Texel. Toen was dit een hele week, tegenwoordig is deze week tijdens een weekend. Samen met Peter Meininger, Guido Davids en Arjan Ovaa ben ik deze DB week op Texel.

Op zaterdag komen er berichten vanaf Vlieland, in de Kroonpolders zou een mogelijke Kleine Torenvalk gezien zijn. De vogelaars op Texel reageren zenuwachtig. Men wil naar Vlieland, je weet het immers maar nooit! Gelukkig vaart tussen Texel en Vlieland in de zomermaanden een veerboot, de Vriendschap. Dit is een klein veerbootje, je moet opstappen op de oostpunt van Texel en wordt dan afgezet op het meest westelijke stukje van Vlieland. Van daar uit rij je met de Vliehors Expres, zo’n bekende gele vrachtwagen, naar de bewoonde wereld. Iemand (geen idee wie) regelt dat er een extra vaart is. We kunnen een uur eerder dan normaal met de boot naar Vlieland en worden dan met de Vlieland Expres naar de Kroonpolders gebracht, daar waar de Kleine Torenvalk moet rondhangen.We hebben de hele dag de tijd, en kunnen dan om kwart over zes met een extra boot weer terug naar Texel.

Als we in de Kroonpolders aankomen begint het te regenen, het valt met bakken uit de lucht. We lopen rond en al snel blijkt de Kleine Torenvalk een iets abnormale Torenvalk te zijn. Ik kan me nog goed herinneren dat iedereen een beetje moedeloos, in de stromende regen, rondhing bij de Kazerne. Ook weet ik nog heel goed dat mijn enkel weer afschuwelijk pijn deed. In mei 1999 verbrijzelde ik mijn linkerenkel, en daar heb ik een jaar later nog steeds heel veel last van. In de stromende regen werden we koud, steeds natter en kregen we steeds meer honger. We besloten daarom naar het café-restaurant Posthuys te lopen. Hier blijken meer natte vogelaars de tijd te doden. Zo zitten we een tijd, terwijl de regen nog steeds met bakken uit de hemel valt. We moeten wachten op de Vliehors Expres die ons ergens tussen vijf en zes uur naar het veertje zal brengen. Hier hebben we geen zin in, ik al helemaal niet. Mijn enkel doet waanzinnig pijn, ik wil liggen en de pijn proberen te vergeten.

Gelukkig blijkt dan dat er ook een Vliehors expres om kwart over vijf uur vertrekt. Dit is de reguliere boot, wij hebben een extra boot en die vertrekt een uur later. En zo kruipen wij, een uur eerder dan eigenlijk de bedoeling is, in de Vliehors Expres. Deze is afgeladen vol, met toeristen maar gelukkig passen er nog een handjevol (14 blijkt later) vogelaars bij. Ik stap als laatste in en zit samen met Bart Brieffies en Peter Meininger aan het uiterste einde van de bus. Hier proberen we te schuilen voor de regen. Iets dat niet goed lukt, regelmatig waait de regen naar binnen. Na enige tijd, we rijden dan op vlak langs de zee op de Vliehors, stopt de wagen. De chauffeur roept dat hij iets met doen aan het oliefilter en zo staan we in een verlaten wereld. Het regent nog steeds snoeihard, maar plotseling zie ik in het aanspoelsel vogels bewegen. Ik ga half op de treeplank achterop staan en kijk ik met mijn verrekijker. Ik zie al snel een Zwartkop en nog een paar Phyllo´s. En dan zie ik plotseling een vogel die ik nog nooit eerder gezien heb… vol verbijstering kijk ik er naar. Ik heb weet nog dat door mijn hoofd flitste ´dit is een exoot of een Amerikaan´. Ik probeer Bart Brieffies uit te leggen dat ik iets vreemds zie en of hij kan kijken. Bart probeert de vogel te vinden maar dat lukt hem niet. ‘Ach, een Tapuitje’ zegt hij… Hij geeft het op en dan ziet Peter Meininger (die ondertussen ook al aan het kijken is) plotseling de vogel, hij ziet hem vliegen en ziet een rode staart. ´Izabelklauwier!!!´ brult hij door de bus. Dit is het teken voor volledige chaos. Alle vogelaars willen tegelijk de bus uit, maar dat gaat niet zo eenvoudig. Links en rechts klimmen vogelaars over de verbijsterde toeristen en vallen – soms letterlijk – uit de bus.

Telescopen worden neergezet en we kijken naar een Izabelklauwier… De vogel zit in het aanspoelsel en vliegt af en toe loodrecht een meter of drie omhoog. Dan daalt de vogel weer en gaat weer in het aanspoelsel zitten. De chauffeur van de vrachtwagen komt dan naar me toe, de bus moet verder en hij vraag ons of we nog mee willen. Ik maak hem duidelijk dat we willen blijven en of het mogelijk is met de volgende rit mee te rijden. Hij moet immers toch nog de overgebleven vogelaars in het Posthuys ophalen. Dat is geen probleem en zo rijdt de Vliehors Expres weg. Ik zal nooit de uitdrukkingen op de gezichten van de toeristen vergeten… die hadden geen idee wat er aan de hand was en waarom wij in hemelsnaam niet verder meegingen.

13 natte vogelaars + Fotograaf Monique van der Wardt

Als de bus weg is blijken we met 14 vogelaars te zijn. We genieten met volle teugen, het is ook zo bizar. We staan in een helemaal leeg en grauwe wereld, in de stromende regen, naar een Klauwier te kijken. Hoewel de verbindingen slecht zijn, lukt het na enige pogingen toch om een bericht (met het oude semafoonsysteem) te versturen. Daarna maken we een beschrijving, ik weet nog dat Roy Slaterus alles noteerde terwijl wij de kenmerken opsomden. Want, ondanks de euforie hadden we heel goed door dat het belangrijk was de kenmerken te noteren. Na enige tijd vliegt de Klauwier op en verdwijnt over de Vliehors in de grauwheid. We denken op dat moment de vogel nooit meer te zien te krijgen, maar dat bleek niet helemaal het geval te zijn… Toen de vogel eenmaal weg was ontlaadde de spanning zich totaal. Vogelaars omarmden elkaar en vriendschappen voor het leven ontstonden. Ook werd toen de befaamde foto gemaakt (door Monique van de Ward). We hadden iets uniek meegemaakt, iets dat je misschien maar een paar keer in je leven zal overkomen.

Het duurt een tijdje voordat de Vliehors Expres weer verschijnt, vol met nerveuse vogelaars. Die weten dan – door onze ‘afpiep’ – dat de vogel weg is. Iedereen vraagt ons het hemd van het natte lijf, ik kan me nog heel goed al die gespannen gezichten herinneren. Het beroemde artikel van Worfolk (Dutch Birding 22: vol 6) was toen nog niet verschenen, en het is niet helemaal duidelijk of we nu een Turkestaan of een Daurische Klauwier gezien hebben. Het maakt mij op dat moment helemaal niets uit, we hebben een waanzinnig mooi vogel gezien, op een onwaarschijnlijke plek… En ik weet nog goed dat ik denk, met gepaste trots dat wel, ‘als ik niet naar buiten had gekeken en die vogel had zien zitten… Als ik niet had aangedrongen te kijken, dan….’. Eenmaal aangekomen bij de steiger van de boot naar Texel blijkt dat hier ook heel veel gestrande vogels zitten. Onder de steiger, op de houten balken, zitten o.a. Karekieten en Phyllo’s. Blijkbaar is er een echte fall op de Vliehors!

Terug in het huisje drinken we nog een paar goede glazen wijn en bier. Daarna gaan we allemaal ziels gelukkig slapen. De volgende ochtend zijn we al weer vroeg op stap. We zijn aan het vogelen bij de camping de Robbenjager als we iemand hoorde schreeuwen ‘Izabelklauwier’. Lachend kijken we elkaar aan, ‘kijk, die doen de schreeuw van Peter na’ zeggen we. Maar dat blijkt heel anders te zijn als we ineens bij het Reddingsboothuisje vogelaars zien rennen. Harm Jan Wight heeft een Izabelklauwier ontdekt, onze vogel zal later duidelijk worden... Deze vogel blijft tot en met 6 oktober op Texel, de hele tijd op de oostpunt. Later in de week, op dinsdag, gaan wij nog het eiland af en twitchen de Daurische Klauwier bij Castricum.

De Turkestaan van Vlieland en Texel is de eerste voor Nederland. De tweede voor Nederland wordt ook op Texel gezien (augustus 2002), volgens mij de terugkerende vogel van 2000. De ontdekking van de Turkestaanse Klauwier op Vlieland is tot nu toe voor mij nog steeds een van de hoogtepunten uit mijn ´vogel-carrière´. Een bekend vogelaar vertelde mij eens ‘vogels kijken is het verzamelen van herinneringen’. Nu, dat is het zeker !

Peter de Vries

Copyright © 1992-2018 Deception Tours - No Guts - No Glory!